Mijn eerste ritje met de mannen en vrouw richting Kontich was er meteen eentje om niet snel te vergeten. Met zes vertrokken we vol goede moed, klaar voor zo’n 70 kilometer. De wind stond stevig op kop, een frisse 3 Beaufort, dus we wisten meteen dat het geen cadeau ging worden.
Toch was het heerlijk om weer samen te rijden en onderweg wat bij te praten. Dat maakte veel goed. Maar al snel voelde ik dat er iets niet helemaal juist zat met mijn fiets… en blijkbaar zat onze Joeri met hetzelfde probleem. Gelukkig kwam Bart al snel op kop rijden. Zoals altijd had hij het meteen door en leerde hij ons weer iets bij – onze eigen mecanicien op wielen.
Na een tijdje begon ook mijn vorm me parten te spelen. Het werd duidelijk dat ik nog wat werk had. En telkens ik naar Joeri keek, zo mooi gestroomlijnd op zijn fiets, leek het alsof ik geen meter vooruit geraakte. Gelukkig kon ik af en toe wat in de wielen hangen bij Dave en Bart, want anders was het nog zwaarder geweest.
De tussenstop aan het station kwam dan ook als geroepen. Even op adem komen, en genieten van de perfecte bediening – nietwaar, Bart? Dat momentje deed echt deugd.

Daarna ging het richting Herentals, en op de terugweg lag het tempo duidelijk hoger. Even had ik het gevoel dat ik met de A’s op pad was. Maar met de nodige volharding bleef ik doorgaan.
Nick, echt knap hoe je het deed op je reservefiets. En ook Anick reed sterk – zelfs beter dan ik! De laatste vijf kilometer waren nog een strijd op zich, want de krampen zaten er stevig aan te komen. Maar we hebben het gehaald.
We kwamen allemaal veilig aan in Herentals, terwijl de A’s al even binnen waren. De broodjes smaakten des te beter na zo’n rit.
Ik heb er echt van genoten, makkers. En een dikke merci aan onze mecanicien Bart!
