10 mei 2026: Geel Pijltje

De ochtend begon met lichte paniek: net op tijd vertrokken, terwijl de frisse lucht meteen duidelijk maakte dat ik de temperatuur toch ferm onderschat had. Een gure koude wind blies al van thuis tot in Herentals pal op kop. Pas aan Herentals Move viel de frank — of beter gezegd de euro — echt: wat we heen cadeau kregen, zouden we straks dubbel en dik mogen terugbetalen. Tegenwind naar huis dus. Heerlijk vooruitzicht.

De opkomst bij de B’s viel nog goed mee, al waren de A’s duidelijk minder talrijk. Geen Peeters, geen Van Dijck… en ook van Molske geen spoor. Die was blijkbaar de Tour de Namur gaan rijden en vermoedelijk nog ergens onderweg. Al zei de aanwezigheid van den Eric genoeg: die had dezelfde rit gereden en stond wel gewoon paraat. Tja…

Stef liet ook nog even op zich wachten. Een telefoontje later bleek waarom: plat gereden. Gelukkig had Boni zijn locatie doorgestuurd zodat Stef ons onderweg kon oppikken. Al mocht Boni die locatie volgende keer misschien iets langer delen dan vijftien minuten, want zo rap is Stef nu ook weer niet. Uiteindelijk bleek dat Stef onderweg zelfs meermaals plat gereden had, maar toch nog negentig kilometer afmaalde én nog vóór iedereen binnen was. Dat is karakter tonen.

De rit zelf voorspelde weinig goeds: geen Peeters, geen Van Dijck, een paar A-rijders die zich tussen de B’s mengden… dat betekent meestal maar één ding: klimwerk, slechte wegen en afzien. Maar eerlijk is eerlijk: de wegen vielen beter mee dan verwacht, en ook de hellingen waren nog redelijk verteerbaar. Al had er toch iemand zich wat verkeken door af en toe eens iets te enthousiast uit de hoek te komen.

Halverwege wachtte de traditionele caféstop onder de toren. Zoals altijd helemaal in orde. De koffie — of latte voor sommigen — smaakte uitstekend, en de bediening mocht er ook wezen. Alleen het rekenen aan tafel bleek weer hogere wiskunde. Gelukkig was Kris nog scherp genoeg om Paul erop te wijzen dat de rekening precies niet helemaal klopte.

Na de stop trokken we verder richting Wezemaal. En daar liet de wind zich pas écht voelen. Miljaar. Een stevige beukwind recht in het gezicht. De stevig gebouwde mannen leken daar amper last van te hebben, maar voor de lichtere exemplaren was het serieus stoempen om het wiel te houden.

Via Heist ging het verder naar Wiekevorst, over een wegdek dat hier en daar nog wat te wensen overliet, al zou daar blijkbaar verbetering op komst zijn.

In Wiekevorst namen we afscheid van Boni en Eric. Boni moest nog naar de voetbal, terwijl den Eric blijkbaar nog niet genoeg gereden had en later op de dag doodleuk een tweede rit met zijn vrouw ging doen.

Zo bleven we nog met drie over om de laatste kilometers tegen de wind uit te vechten. Paul en ik zaten intussen diep in het rood, maar Kris vond blijkbaar nog energie genoeg om ons onderweg nog wat extra pijn te doen tot aan Herentals Move.

Eens aangekomen was de beloning simpel maar verdiend: direct aan de Cécémel en nog wat hapjes erbij. Dat smaakte na zo’n dag dubbel zo goed.

En zoals zo vaak gold ook nu weer dezelfde conclusie: de afwezigen hadden ongelijk. Het was een schoon ritje — af en toe wat mindere wegen, veel wind en de nodige hoogtemeters — maar opnieuw sterk werk van iedereen. Samen de klimmekes bedwingen, blijven beuken tegen de wind en elkaar onderweg erdoor trekken: daarvoor doen we het.

En eerlijk? Die kleine bergjes in de Vogezen… daar kijken we stiekem nu al naar uit.